Om een juist beeld te krijgen van de plaats van vrouwen in de Bijbel, is het essentieel om te kijken naar Jezus zelf. Hoe benadert Hij vrouwen? Onderwijst Hij hen? Erkent Hij hun geloof, inzicht en roeping? En kan men uit Zijn keuze voor twaalf mannen werkelijk afleiden dat vrouwen uitgesloten zijn van leiderschap?
1. De keuze voor twaalf mannen
Een vaak gebruikt argument tegen vrouwen in leiderschap is dat Jezus twaalf mannen koos als apostelen. Dit argument wordt regelmatig voorgesteld alsof het vanzelfsprekend bewijst dat kerkelijk leiderschap uitsluitend mannelijk zou moeten zijn.
Toch is het Nieuwe Testament niet expliciet over waarom Jezus precies twaalf mannen koos. Cultureel en theologisch kunnen er wel enkele redenen worden genoemd. Ten eerste trok Jezus met Zijn discipelen rond. Zij reisden samen, verbleven samen en sliepen vermoedelijk vaak in dezelfde ruimtes. Binnen de culturele context van de eerste eeuw zou het bijzonder problematisch en schandaalgevoelig zijn geweest als vrouwen op dezelfde manier deel uitmaakten van deze kleine rondtrekkende groep.
Ten tweede verwijzen de twaalf apostelen duidelijk naar de twaalf stammen van Israël. Jezus vormt rond Zichzelf een nieuw Israël. Dit blijkt onder meer uit teksten zoals Mattheüs 19:28, Lukas 22:30 en Openbaring 21:12–14.
“Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.”
Mattheüs 19:28 (HSV)De twaalf mannen hebben dus een symbolische en heilshistorische functie. Zij staan voor de herstelde twaalf stammen van Israël en spelen een bijzondere rol bij de geboorte van de eerste kerk. Maar de vraag blijft: sluit deze keuze automatisch uit dat vrouwen leiderschap kunnen opnemen?
De keuze voor twaalf mannen bewijst niet dat vrouwen nooit mogen leiden, net zomin als de keuze voor twaalf Joodse mannen bewijst dat alleen Joden kerkleiders mogen zijn.
2. Jezus onderwijst vrouwen als discipelen
In een cultuur waarin vrouwen vaak als moreel, sociaal en intellectueel minderwaardig werden beschouwd, gaat Jezus opvallend anders met vrouwen om. Hij spreekt met hen, onderwijst hen, luistert naar hen en erkent hun geestelijk inzicht.
Een belangrijk voorbeeld vinden we in het verhaal van Martha en Maria. Maria zit aan de voeten van Jezus. Dat is geen toevallige houding. In de Joodse context is “aan de voeten zitten” de houding van een leerling of discipel.
“En zij had een zuster die Maria heette, die ook aan de voeten van Jezus zat en naar Zijn woord luisterde.”
Lukas 10:39 (HSV)Martha doet wat cultureel verwacht werd: zij dient en zorgt voor de gasten. Maria kiest echter de positie van leerling. Jezus corrigeert Martha niet omdat dienen verkeerd zou zijn, maar omdat Maria’s keuze niet van haar mag worden afgenomen.
“Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen.”
Lukas 10:42 (HSV)Dit is theologisch bijzonder belangrijk. Jezus moedigt vrouwen aan om discipelen te zijn. In de wereld van rabbi’s werden discipelen gevormd met het oog op verdere overdracht van onderwijs.
Jezus laat Maria niet terugsturen naar de keuken, maar bevestigt haar plaats als leerling aan Zijn voeten.
3. De twaalf waren mannen, maar ook Joden
Wanneer men stelt dat vrouwen geen leiders kunnen zijn omdat Jezus twaalf mannen koos, moet men consequent zijn. Jezus koos namelijk niet alleen twaalf mannen, maar twaalf Joodse mannen.
De twaalf apostelen zijn uniek in hun symbolische rol rond het nieuwe Israël. Hun mannelijkheid kan niet losgemaakt worden van hun Joodse identiteit en vervolgens selectief gebruikt worden om vrouwen uit te sluiten.
4. Vrouwen als volgelingen van Jezus
Jezus had niet alleen de twaalf om Zich heen. Hij werd gevolgd door een bredere groep discipelen, waaronder ook vrouwen.
“En ook sommige vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria, die Magdalena genoemd werd [...] en vele anderen, die Hem dienden uit hun eigen bezittingen.”
Lukas 8:2–3 (HSV)De kring rond Jezus bestond niet enkel uit twaalf mannen, maar uit een bredere gemeenschap van mannen én vrouwen die Hem volgden.
5. De Samaritaanse vrouw als getuige
In Johannes 4 spreekt Jezus met een Samaritaanse vrouw. Cultureel gezien doorbreekt Hij meerdere grenzen tegelijk.
“En velen van de Samaritanen uit die stad geloofden in Hem om het woord van de vrouw, die getuigde.”
Johannes 4:39 (HSV)De Samaritaanse vrouw toont dat Jezus vrouwen niet het zwijgen oplegt, maar hen inschakelt als getuigen van Zijn identiteit.
6. Jezus herdefinieert leiderschap
Jezus’ focus ligt niet op gender, ras of afkomst. Zijn Koninkrijk wordt niet gebouwd op status, macht of overheersing, maar op dienstbaarheid.
“Wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn.”
Marcus 10:43–44 (HSV)“Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
Marcus 10:45 (HSV)Bij Jezus is leiderschap geen bezit van macht, maar een roeping tot dienstbaarheid.
7. “Wie is de grootste?”
De discipelen discussieerden regelmatig over wie de grootste was. Jezus reageert daarop niet door een hiërarchie vast te leggen, maar door een kind in hun midden te plaatsen.
“Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen.”
Marcus 9:35 (HSV)Jezus vraagt niet wie bovenaan mag staan, maar wie bereid is te dienen zoals Hij diende.
Conclusie
De keuze van Jezus voor twaalf mannelijke apostelen kan niet op zichzelf gebruikt worden als bewijs dat vrouwen uitgesloten zijn van leiderschap in de kerk.
Jezus’ omgang met vrouwen wijst in een andere richting. Hij onderwijst vrouwen, erkent hun discipelschap, spreekt diep theologisch met hen, laat hen getuigen en herdefinieert leiderschap als dienstbaarheid.
Jezus sluit vrouwen niet uit van geestelijke vorming en getuigenis, maar opent ruimte waarin vrouwen als discipelen, getuigen en dienaren van Gods Koninkrijk zichtbaar worden.
Voetnoten & Bronnen
- Philip B. Payne, The Bible vs. Biblical Womanhood (Grand Rapids: Zondervan, 2023).
- Aída Besançon Spencer, “Jesus’ Treatment of Women in the Gospels,” in Discovering Biblical Equality (Downers Grove: IVP Academic, 2005).
- Michael J. Wilkins, Following the Master: A Biblical Theology of Discipleship.