Het begin van Exodus toont dat Gods bevrijdingsverhaal niet start bij Mozes alleen. Nog vóór Mozes geroepen wordt, staan vrouwen op tegen de macht van farao. Sifra, Puah en Mirjam tonen dat geloof, moed en geestelijk leiderschap wezenlijk zijn voor Gods reddingsplan.
āMaar de vroedvrouwen vreesden God en deden niet zoals de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar zij lieten de jongetjes in leven.ā
Exodus 1:171. Van Genesis naar Exodus
Genesis eindigt met Jozef in Egypte. De familie van Jakob wordt daar bewaard tijdens de hongersnood en groeit uit tot een volk. Wanneer Exodus begint, is de situatie echter radicaal veranderd. Jozef is gestorven, de herinnering aan zijn betekenis is verdwenen, en een nieuwe farao ziet de groei van de Hebreeƫn niet als zegen, maar als bedreiging.
De Israƫlieten wonen in Egypte en zijn sterk in aantal toegenomen. Dat vormt voor de Egyptische machthebbers een politiek probleem. Uit angst voor opstand en verlies van controle worden de Hebreeƫn onderworpen aan dwangarbeid. Farao probeert hun kracht te breken door economische uitbuiting, lichamelijke onderdrukking en uiteindelijk door geweld tegen pasgeboren kinderen.
Exodus begint niet met een neutrale politieke situatie, maar met een rijk dat zijn macht probeert te bewaren door een kwetsbaar volk te onderdrukken.
2. Onderdrukking en groei
De strategie van farao mislukt. Exodus benadrukt dat hoe meer het volk onderdrukt wordt, hoe talrijker en sterker het wordt. De groei van Israƫl wordt zo voorgesteld als een teken van Gods zegen, ondanks het geweld van Egypte.
āMaar hoe meer zij het onderdrukten, hoe talrijker het werd en hoe meer het zich uitbreidde.ā
Exodus 1:12Deze groei maakt de angst van Egypte alleen maar groter. De onderdrukking wordt daarom intenser. Farao gaat uiteindelijk over tot een bevel dat gericht is op de vernietiging van de toekomst van Israƫl: de pasgeboren jongens moeten sterven.
Op dat punt verschuift de aandacht van Exodus naar twee vrouwen: Sifra en Puah. Opvallend is dat de naam van de farao niet genoemd wordt, terwijl de namen van deze twee vroedvrouwen wel bewaard blijven. De tekst maakt zo een krachtig literair en theologisch punt: de machtige koning blijft naamloos, maar de vrouwen die God vrezen worden herinnerd.
Exodus bewaart niet de naam van de onderdrukker, maar wel de namen van de vrouwen die leven beschermden.
3. Sifra en Puah: geloofsmoed tegenover farao
De koning van Egypte roept de Hebreeuwse vroedvrouwen bij zich en geeft hun een dodelijk bevel. Wanneer zij de Hebreeuwse vrouwen helpen bij de bevalling, moeten zij de jongens doden en de meisjes laten leven.
āAls u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven.ā
Exodus 1:16Dit bevel is meer dan individuele wreedheid. Het is een poging tot genocide. Farao wil de toekomst van IsraĆ«l breken door de mannelijke kinderen te doden. Tegelijk onderschat hij de meisjes en vrouwen. Dat is ironisch, want juist vrouwen zullen in Exodus 1ā2 een beslissende rol spelen in Gods bevrijdingsplan.
Sifra en Puah weigeren mee te werken aan dit geweld. Hun ongehoorzaamheid aan farao komt voort uit gehoorzaamheid aan God. De tekst zegt niet dat zij vooral politiek gemotiveerd waren, maar dat zij God vreesden. Dat is in Exodus het beslissende criterium.
In de Bijbel betekent God vrezen niet eenvoudig angst hebben. Het wijst op eerbied, trouw en gehoorzaamheid aan God boven alle andere machten. Sifra en Puah erkennen dat farao niet het hoogste gezag heeft wanneer zijn bevel ingaat tegen het leven dat God geeft.
4. Burgerlijke ongehoorzaamheid als geloofsdaad
Sifra en Puah laten de jongens leven. Daarmee beginnen zij, nog vóór Mozes optreedt, een vorm van verzet tegen het systeem van Egypte. Hun handelen is geen passieve weigering, maar een actieve bescherming van kwetsbaar leven.
Wanneer farao hen ter verantwoording roept, erkent hij onbedoeld hun invloed. Hij vraagt waarom zij de jongens in leven hebben gelaten. Dat betekent dat hun handelen merkbaar effect had. Deze vrouwen stonden niet aan de rand van het verhaal; hun keuzes hadden gevolgen voor het volk.
De eerste openlijke verzetsdaad in Exodus komt niet van Mozes, maar van twee vrouwen die God meer vrezen dan farao.
Sommige uitleggers, onder wie Wilda Gafney, hebben erop gewezen dat Sifra en Puah mogelijk een leidinggevende rol hadden onder de vroedvrouwen. De tekst noemt hen bij naam en laat zien dat farao hen aanspreekt alsof zij verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt bij de geboorten van de Hebreeuwse vrouwen.
Of zij nu de enige vroedvrouwen waren of vertegenwoordigers van een grotere groep, de literaire functie blijft dezelfde: Sifra en Puah worden voorgesteld als vrouwen met moreel gezag, geestelijke moed en praktische invloed binnen de gemeenschap.
5. God zegent hun verzet
Exodus laat geen twijfel bestaan over Gods oordeel over hun handelen. God doet de vroedvrouwen goed. Het volk wordt talrijk en zeer machtig. De tekst verbindt hun Godsvrees met zegen.
āDaarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig. En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk.ā
Exodus 1:20ā21Door hun moed blijft het verbond met Abraham zichtbaar doorgaan. De belofte van nageslacht wordt bedreigd door farao, maar beschermd door vrouwen die weigeren de logica van dood en onderdrukking te dienen.
Sifra en Puah tonen dat geestelijk leiderschap niet altijd begint op een podium, in een ambt of aan een altaar. Soms begint het aan het kraambed, op een plaats waar kwetsbaar leven beschermd moet worden tegen politieke macht.
In Exodus wordt bevrijding voorbereid door vrouwen die in stilte, maar met groot gezag, kiezen voor leven.
6. Mirjam: beschermster van Mozes
Na Sifra en Puah verschijnt opnieuw een vrouw in het centrum van het verhaal: Mirjam. Zij wordt voor het eerst zichtbaar als de zus van het kind dat later Mozes zal heten. Wanneer de moeder van Mozes hem niet langer kan verbergen, legt zij hem in een mandje tussen het riet van de Nijl. Mirjam blijft op afstand staan om te zien wat er met hem zal gebeuren.
Haar aanwezigheid is belangrijk. Zij observeert, wacht en handelt op het juiste moment. Wanneer de dochter van farao het kind vindt, spreekt Mirjam haar aan en stelt voor een Hebreeuwse voedster te zoeken. Daardoor wordt Mozes teruggebracht bij zijn eigen moeder.
Nog vóór zij expliciet profetes wordt genoemd, treedt Mirjam op als iemand die wijs handelt tussen gevaar en redding. Zij verbindt de dochter van farao, het bedreigde kind en de Hebreeuwse moeder met elkaar.
Ook hier wordt de ironie van Exodus duidelijk. Farao wil de jongens doden, maar vrouwen houden Mozes in leven: zijn moeder, zijn zus en zelfs de dochter van farao. De bevrijder van Israƫl wordt bewaard door vrouwelijke moed.
7. Mirjam de profetes
Later in Exodus wordt Mirjam expliciet āde profetesā genoemd. Na de doortocht door de zee neemt zij een tamboerijn in haar hand en leidt zij de vrouwen in lofzang.
āMirjam, de profetes, de zuster van AƤron, nam een tamboerijn in haar hand, en al de vrouwen gingen achter haar aan, met tamboerijnen en in reidans. Toen zong Mirjam hun ten antwoord: Zing voor de HEERE, want Hij is hoogverheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen!ā
Exodus 15:20ā21Dat Mirjam profetes genoemd wordt, is theologisch belangrijk. Een profeet of profetes is in het Oude Testament iemand die in relatie tot God spreekt, waarschuwt, onderwijst of richting geeft. Profetisch gezag is geen bijkomstige rol. Het betekent dat iemand erkend wordt als drager van een goddelijke boodschap.
De profeet staat niet gelijk aan de priester. De priester is verbonden met ritueel, offerdienst en heilige ruimte. De profeet is vooral verbonden met Gods woord, openbaring, morele oproep en kritiek op onrecht. In die zin heeft profetie een duidelijke geestelijke autoriteit.
Mirjam wordt niet enkel herinnerd als zus van Mozes, maar als profetes: iemand die geestelijke leiding geeft aan het volk.
8. Profetisch gezag en lofprijzing
In Exodus 15 leidt Mirjam de vrouwen in zang, muziek en dans na Gods overwinning over Egypte. Het lied is geen randgebeuren. Het vormt de liturgische en theologische verwerking van de bevrijding. Het volk leert Gods redding bezingen.
In het Oude Testament nemen vrouwen vaker het initiatief in overwinningsliederen. Denk aan Debora in Richteren 5 of de vrouwen die zingen na de overwinning van David in 1 Samuel 18. Muziek en zang zijn daarbij niet zomaar versiering, maar vormen publieke herinnering, geloofsonderricht en gemeenschappelijke belijdenis.
Wie het volk leert zingen over Gods daden, helpt het volk ook herinneren wie God is. Mirjams lied is daarom niet enkel muzikaal, maar ook theologisch.
Mirjam verschijnt zo als een geestelijke leider binnen Israƫl. Zij helpt het volk om Gods redding te verstaan en te vieren. Dat zij als profetes wordt aangeduid, wijst erop dat haar rol breder is dan ƩƩn liedmoment. Zij behoort tot de geestelijke leidersfiguren van de exodusgeneratie.
9. Mirjam naast Mozes en AƤron
Later wordt Mirjam samen met Mozes en AƤron genoemd als iemand door wie God Israƫl heeft geleid. Micha 6:4 is daarin bijzonder belangrijk.
āIk heb u immers uit het land Egypte geleid, u verlost uit het slavenhuis. Ik heb Mozes, AƤron en Mirjam vóór u uit gezonden.ā
Micha 6:4Deze tekst bevestigt dat Mirjam niet louter een bijfiguur was. Zij wordt samen met Mozes en AƤron genoemd in Gods leiding van Israƫl. Dat is opvallend en belangrijk voor een theologie van bijbelse gelijkwaardigheid.
Mozes, AƤron en Mirjam hebben niet dezelfde functie, maar zij worden wel samen verbonden met Gods bevrijdend handelen. Mirjam staat dus niet buiten het leiderschap van Israƫl. Zij behoort tot de door God gebruikte leiders in het verhaal van de uittocht.
Exodus en Micha tonen samen dat Gods bevrijdingswerk niet uitsluitend via mannen verloopt. Ook vrouwen dragen geestelijk gezag in het hart van het verhaal.
10. Vrouwen in Gods bevrijdingsplan
Wanneer we Exodus 1ā2 en Exodus 15 samen lezen, ontstaat een duidelijk patroon. Vrouwen beschermen leven, weerstaan tirannie, bewaren de toekomst van IsraĆ«l, onderwijzen in lofzang en worden door God verbonden met leiding en profetie.
Sifra en Puah staan tegenover farao. De moeder van Mozes beschermt haar kind. Mirjam waakt, spreekt en bemiddelt. De dochter van farao weigert mee te gaan in het beleid van haar vader en redt een Hebreeuws kind. Later leidt Mirjam het volk in lofzang als profetes.
De eerste hoofdstukken van Exodus laten zien dat de bevrijding van Israël niet begint met mannelijke macht, maar met vrouwelijke moed. Nog vóór Mozes optreedt, hebben vrouwen de logica van farao al doorbroken.
Conclusie
Sifra, Puah en Mirjam tonen dat vrouwen in Exodus geen randfiguren zijn. Zij staan aan het begin van Gods bevrijdingsverhaal. Hun geloof, moed en geestelijke leiding bereiden de weg voor de uittocht.
Sifra en Puah vrezen God meer dan farao en beschermen het leven van de kinderen. Mirjam bewaakt Mozes, treedt wijs op, wordt profetes genoemd en wordt later samen met Mozes en AƤron verbonden met Gods leiding van Israƫl.
Voor een theologie van bijbelse gelijkwaardigheid is dit fundamenteel. Exodus toont dat God vrouwen inschakelt in bescherming, profetie, lofprijzing en leiderschap. Hun rol is niet bijkomstig, maar wezenlijk voor het verhaal van bevrijding.
Waar farao vrouwen onderschat, gebruikt God hen als dragers van leven, geloof en bevrijding.
Voetnoten & Bronnen
- Boaz Johnson, The Marys of the Bible (Eugene: Wipf and Stock Publishers, 2018), ebook. ā©
- Wilda C. Gafney, Womanist Midrash: A Reintroduction to the Women of the Torah and the Throne (Louisville: Westminster John Knox Press, 2017). ā©
- Abraham J. Heschel, The Prophets (Australia: HarperCollins Publishers, 2023), ebook. ā©
- Bruce Waltke, ThĆ©ologie de lāAncien Testament (Charols: Ćditions Excelsis, 2012). ā©
- Douglas K. Stuart, The New American Commentary: Exodus (United States of America: Zondervan Bible Publishers, 2006), ebook. ā©
- Kenneth L. Barker, The New American Commentary, Volume 20: Micah (United States of America: Broadman & Holman Publishers, 1999). ā©
- Denise Pimpinella, āMiriam in Numbers 12,ā Department of Theology and Religious Studies, Villanova University. ā©
- Phyllis Trible, āEve and Miriam: From the Margins to the Center,ā in Feminist Approaches to the Bible, Symposium at the Smithsonian Institution, September 24, 1994, ed. Hershel Shanks (Washington, D.C.: Biblical Archaeology Society, 1995). ā©