Paulus · 1 Timotheüs · Vrouwen en Leiderschap

1 Timotheüs 2:12, in een notendop

Waarom Paulus' woorden in 1 Timotheüs 2:12 niet gericht zijn tegen bekwame vrouwelijke voorgangers, predikanten of leraren.

Door Margaret Mowczko Artikel

Inleiding

In dit artikel kom ik direct ter zake: waarom Paulus' woorden in 1 Timotheüs 2:12 niet gaan over en ook niet gericht zijn aan, vrouwelijke voorgangers die God kennen, vrouwen die de Bijbel kennen en die bekwame leraren zijn.

1 Timotheüs 2:8-15 spreekt problematisch gedrag aan

Ik lees 1 Timotheüs 2:12 letterlijk, en het vers zegt niets over de vraag of bekwame vrouwen al dan niet voorganger of predikant kunnen zijn. Dit wordt duidelijker wanneer we een stap terugzetten van deze ene vers en de directe context bekijken.

In 1 Timotheüs 2:8-15 spreekt Paulus verschillende vormen van problematisch gedrag in de gemeente van Efeze aan en corrigeert hij deze:

1. Mannen die ruziemakend en twistziek zijn

Het Griekse woord voor "mannen" staat in vers 8 in het meervoud.
2. Overdadig geklede rijke vrouwen

Het Griekse woord voor "vrouwen" staat in de verzen 9 en 10 in het meervoud.
3. Een vrouw die moest leren en niet mocht onderwijzen

Een vrouw die moest leren en niet mocht onderwijzen, en die niet mocht heersen (authentein) over een man/echtgenoot; zij moest tot rust komen.

De Griekse woorden voor vrouw/echtgenote en man/echtgenoot staan in de verzen 11 en 12 in het enkelvoud. Ook het Griekse werkwoord voor "behouden worden" staat in het enkelvoud in vers 15 en wordt correct vertaald als "zij zal behouden worden." Zie 1 Tim. 2:15.

Ik stel voor dat 1 Timotheüs 2:11-12 gaat over een specifieke vrouw misschien zelfs een paar echtgenotes, in de gemeente van Efeze die moest leren. Vermoedelijk moest zij de Schrift nauwkeurig leren kennen (zoals Genesis 2 en 3) en ook de christelijke leer. Als iemand die nog moest leren, was deze vrouw nog niet klaar om te onderwijzen, en daarom zegt Paulus aan Timotheüs dat ze geen toestemming heeft om te onderwijzen. Paulus zegt ook dat ze niet mocht heersen (authentein) over een man, die hoogstwaarschijnlijk haar echtgenoot is.

Als iemand die nog moest leren, was deze vrouw nog niet klaar om te onderwijzen.

Ze moest tot rust komen. De uitdrukking en hēsuchia ("in rust" / "in stilte") wordt herhaald en komt voor op de nadruksposities aan het begin en aan het einde van 1 Timotheüs 2:11-12 in het Grieks. Dit suggereert dat de vrouw onrustig was, luidruchtig, of op een of andere manier voor onrust zorgde.

Paulus gaat verder en geeft in 1 Timotheüs 2:13-14 een correcte samenvattingen van Genesis 2 en 3. Het is niet helemaal duidelijk waarom hij Adam en Eva erbij haalt, maar het kan bedoeld zijn als correctie op het foutieve onderricht van de vrouw over de Wet (Torah), en in het bijzonder op een verwrongen versie van Genesis 2 en 3 (vgl. 1 Tim. 1:3-4 en 7). We weten dat er vreemde opvattingen over Adam en Eva circuleerden in het vroege jodendom en het vroege christendom. (Later hier meer over)

1 Timotheüs 2:15 is een vers dat moeilijk te doorgronden is. Ik stel voor dat dit vers de aard aangeeft van het heersgedrag van de vrouw tegenover haar echtgenoot. Mogelijk weigerde ze gemeenschap en vermeed ze het moederschap om religieuze redenen (vgl. 1 Tim. 4:3a). Seksuele onthouding was niet ongewoon in de vroege kerk. (Paulus schreef 1 Kor. 7:1-6 om de kwestie aan te pakken van zowel gehuwde als ongehuwde christenen in Korinte die ervoor kozen celibatair te worden en te blijven.)

Wat zeker is: Paulus sprak in 1 Timotheüs 2:8-15 problematisch gedrag van zowel mannen als vrouwen aan en bood correcties aan. Hij deed hetzelfde in 1 Korintiërs 14:26-40, dat de uitdrukking bevat: "Vrouwen moeten zwijgen in de gemeenten …" Deze twee stukken over specifieke problemen in de gemeenten van Efeze en Korinte zijn niet Paulus' algemene opvattingen over bediening. Zie hiervoor Romeinen 16 en andere geschriften van Paulus.

Deze twee stukken over specifieke problemen in de gemeenten van Efeze en Korinte zijn niet Paulus' algemene opvattingen over bediening.

Paulus sloot niemand uit van een opbouwende bediening

De algemene theologie van de apostel over bediening was: "Je hebt een gave, gebruik die" en hij sloot vrouwen niet uit van zijn algemene uitspraken over bediening (inclusief leiderschaps- en onderwijsbedieningen) in Romeinen 12:6-8, 1 Korintiërs 12:28 en Efeziërs 4:11. In het Grieks is er geen enkele aanwijzing in de opsommingen van bedieningen in deze verzen dat sommige bedieningen alleen voor mannen zijn.

Bovendien is het belangrijk op te merken dat de gemeente in de eerste eeuw er anders uitzagen dan de meeste kerkdiensten vandaag de dag. Paulus moedigde deelname aan bediening aan en verwelkomde zelfs spontane bijdragen tijdens gemeentevergaderingen (1 Kor. 14:26; Kol. 3:16). Hij verbood of beperkte geen begaafde, ordelijke en opbouwende gesproken bediening. Hij stond alleen niet toe dat er hinder werd veroorzaakt, dat er niet-opbouwend werd gesproken of dat er ongezonde leer werd gebracht.

"Je hebt een gave, gebruik die."

Samenvatting van Paulus' algemene visie op bediening

Paulus legde in 1 Timotheüs 2:8-15, in 1 Korintiërs 14:26-40, noch in enige andere passage in zijn brieven beperkingen op aan de bediening van bekwame, begaafde en welwillende mannen en vrouwen (vgl. Fil. 1:18). Ik herhaal het daarom: 1 Timotheüs 2:12 zegt niets, in welke richting dan ook, over de vraag of bekwame vrouwen voorganger, predikant of een andere vorm van kerkelijk leider of bedienaar kunnen zijn.

1 Timotheüs 2:12 zegt niets, in welke richting dan ook, over de vraag of bekwame vrouwen voorganger, predikant of een andere vorm van kerkelijk leider of bedienaar kunnen zijn.

Copyright

Copyright

© Margaret Mowczko 2013. Oorspronkelijk gepubliceerd op margmowczko.com. Nederlandse vertaling met toestemming gepubliceerd op Bijbelse Gelijkheid.

Deel dit artikel