Kerk · Jongeren · Mannelijkheid · Cultuur

Wanneer christelijke mannelijkheid gevaarlijk dichtbij de manosfeer komt

Een kritische reflectie over evangelische mannelijkheid, jongerenvorming en de grens tussen verantwoordelijkheid en dominantie.

Door David Hancart Artikel

Na het kijken van Louis Theroux: Inside the Manosphere bleef één ongemakkelijke gedachte hangen: hoe verschillend is de manosfeer eigenlijk van bepaalde ideeën die ook binnen sommige christelijke kringen circuleren?

Dat is geen gemakkelijke vraag. Uiteraard zijn de meeste christelijke gemeenschappen geen misogynistische online subculturen. Veel kerken doen oprechte pogingen om relaties te versterken en gezinnen te ondersteunen. Toch valt moeilijk te ontkennen dat bepaalde overtuigingen binnen delen van het evangelische landschap soms opvallend dicht in de buurt komen van dezelfde logica die ook in de manosfeer leeft.

Wanneer mannen voortdurend horen dat zij “de leider van het gezin” moeten zijn, vrouwen zich dienen te onderwerpen en emancipatie wordt bekeken als een bedreiging van Gods orde, dan rijst een ongemakkelijke vraag: waar eindigt christelijke vorming en waar begint een schadelijk wereldbeeld?

1. Wat is de manosfeer?

De manosfeer is geen georganiseerde beweging, maar een losse verzameling van online gemeenschappen, influencers en ideologieën die een bepaald beeld van mannelijkheid promoten. Vaak draait het om dominantie, hiërarchie, controle en een diep wantrouwen tegenover feminisme, gendergelijkheid en moderne sociale veranderingen.

Mannen worden aangespoord om opnieuw “echte mannen” te worden: sterk, dominant, emotioneel beheerst en in controle. Vrouwen worden daarbij vaak gezien als ondersteunend, emotioneel afhankelijk of uiteindelijk ondergeschikt aan mannelijk leiderschap.

Niet elke vorm van aandacht voor mannelijkheid behoort uiteraard tot de manosfeer. Er is niets mis mee om jongens te leren zorgzaam, moedig of respectvol te zijn. Het wordt pas problematisch wanneer mannelijkheid verbonden wordt met macht, dominantie of het idee dat jongens of mannen vanzelf de leiding horen te hebben.

De vraag wordt pas moeilijk wanneer mannelijkheid wordt gekoppeld aan macht, dominantie of een vanzelfsprekend recht op leiderschap.

2. “De man als leider van het gezin”

Binnen bepaalde evangelische bewegingen wordt nog vaak gesproken over de man als “geestelijk leider van het gezin”. Jongens leren dat zij geroepen zijn om leiding te nemen. Mannenconferenties en jongerenwerkingen spreken over mannelijk leiderschap, geestelijke autoriteit en het opnemen van de “door God gegeven rol”.

Op het eerste gezicht klinkt dat misschien onschuldig. Wie wil er immers geen verantwoordelijke vaders of betrokken echtgenoten? Maar achter die taal schuilt een problematische veronderstelling: dat leiderschap vanzelfsprekend mannelijk zou zijn, en dat vrouwen eerder geroepen zijn om te volgen, ondersteunen of bevestigen.

Voor jongens kan dit een zware druk creëren. Ze moeten sterk zijn, richting geven, beslissingen nemen en geestelijk dominant aanwezig zijn.

Voor meisjes kan hetzelfde verhaal subtiel communiceren dat hun roeping uiteindelijk secundair is: ondersteunen eerder dan leiden, volgen eerder dan bepalen.

De Bijbel roept christenen op tot wederzijdse liefde en dienstbaarheid, niet tot dominantie.

3. Waarom trekken zulke groepen jongeren aan?

De aantrekkingskracht van de manosfeer en van sommige sterk hiërarchische religieuze subculturen mag niet onderschat worden. Veel jongeren sluiten zich niet aan omdat zij vrouwen zouden haten of bewust ongelijkheid nastreven. Vaak speelt iets anders mee: onzekerheid, een verlangen naar richting en de behoefte aan duidelijkheid in een complexe wereld.

Jongeren groeien vandaag op in een samenleving waarin veel verandert. Relaties lijken ingewikkelder geworden, genderrollen worden voortdurend besproken en sociale media confronteren jongeren met eindeloze verwachtingen over succes, uiterlijk en identiteit. Vooral jongens ervaren soms verwarring over wat het vandaag nog betekent om “man” te zijn.

In een complexe wereld bieden hiërarchische systemen vaak iets verleidelijks: duidelijkheid.

Jongens krijgen een duidelijke identiteit aangereikt: wees sterk, neem leiding, wees moedig, laat geen zwakte zien. Meisjes krijgen op sommige plaatsen een even duidelijke boodschap: ondersteun, wees zorgzaam, vertrouw op mannelijk leiderschap en leef binnen Gods orde.

Voor jongeren die zoeken naar zekerheid kan zo’n helder kader geruststellend voelen. Daarnaast creëren zulke bewegingen vaak een sterk gevoel van gemeenschap. Jongeren vinden vrienden, herkenning en een duidelijke groepsidentiteit. Er ontstaat een gevoel van betekenis: wij begrijpen nog hoe de wereld echt in elkaar zit.

Een herkenbaar patroon

Feminisme, media, scholen, LGBTQ+-rechten, emancipatie of “de moderne cultuur” worden soms voorgesteld als bedreigingen die traditionele waarden proberen te vernietigen. Jongeren krijgen dan de indruk dat zij deel uitmaken van een kleine groep die “de waarheid” verdedigt tegen een ontsporende samenleving.

Juist daarin schuilt een belangrijk gevaar.

Een geloof dat jongeren leert om anderen fundamenteel te wantrouwen, zichzelf voortdurend te verdedigen tegen vermeende vijanden en maatschappelijke gelijkheid als bedreigend te zien, loopt het risico een gesloten wereldbeeld te creëren.

Een geloof dat gevormd wordt door angst, controle en hiërarchie dreigt jongeren niet vrijer, maar juist kwetsbaarder te maken.

4. Een voorbeeld: Oerbrood

Onlangs kreeg ik Oerbrood van Martijn van der Veer en Karel van Holten in handen. Wat daarbij opviel, was niet één afzonderlijk voorbeeld, maar een terugkerend patroon.

Op zichzelf lijkt het onschuldig wanneer een vrouw koffie brengt terwijl de man zijn preek schrijft. Niemand zal beweren dat zo’n scène op zichzelf problematisch is. Ik krijg ook soms een koffie tijdens het schrijven van mijn preken, maar ik breng ook graag de koffie terwijl mijn vrouw een preek schrijft.

Maar het probleem ontstaat wanneer dergelijke voorbeelden zich opstapelen en steeds opnieuw hetzelfde beeld bevestigen: de man als leider, spreker, denker of geestelijke gids, terwijl de vrouw voornamelijk ondersteunend aanwezig blijft.

Losse voorbeelden worden patronen. En patronen vormen verbeelding.

Wanneer jongeren voortdurend zulke rolverdelingen zien, leren zij impliciet wat als normaal, wenselijk of goddelijk wordt beschouwd. Wat cultureel gegroeid is, krijgt dan gemakkelijk een bijna vanzelfsprekende bijbelse status.

Dat betekent niet noodzakelijk dat auteurs slechte intenties hebben. Wel toont het hoe diep bepaalde patriarchale aannames in sommige christelijke subculturen verankerd kunnen zijn.

5. Jezus als alternatief model

Opvallend genoeg vinden we in Jezus een heel ander model van macht.

Jezus kiest niet voor dominantie maar voor dienstbaarheid. Hij laat vrouwen toe in Zijn discipelkring. Hij spreekt publiek met vrouwen. Hij verschijnt na Zijn opstanding eerst aan vrouwen en vertrouwt hen de eerste getuigenis van Pasen toe.

“Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn.”

Marcus 10:43 (NBV21)

De hele Bijbel staat haaks op het idee van een ultieme leider.

“Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen, u bent allen één in Christus Jezus.”

Galaten 3:28 (NBV21)

Dat vers wist verschillen niet uit. Mannen en vrouwen blijven bestaan als onderscheiden personen. Maar het doorbreekt wel elke hiërarchie die bepaalt wie dichter bij macht, autoriteit of waardigheid zou staan.

In Christus wordt menselijke waardigheid niet bepaald door geslacht.

6. Welke kerk willen we vormen?

Misschien moeten kerken zichzelf vandaag een eerlijke vraag durven stellen: vormen we jongeren tot vrije, liefdevolle en verantwoordelijke mensen? Of leren we hen een systeem waarin macht en gezag al vooraf verdeeld zijn?

Zorgzaamheid aanleren is waardevol. Jongens leren zorg dragen, trouw zijn en volwassen keuzes maken is goed. Maar zodra mannelijkheid gekoppeld wordt aan vanzelfsprekend leiderschap, dominantie of controle, komen we gevaarlijk dicht in de buurt van een logica die opvallend veel lijkt op die van de manosfeer.

Het evangelie roept niet op tot overheersing. Het roept op tot herstel, wederzijdse liefde en gedeelde verantwoordelijkheid.

Een evangelie dat vrijheid verkondigt maar meisjes begrenst en jongens opsluit in een model van dominantie, dreigt uiteindelijk niet bevrijdend maar beperkend te worden.

Conclusie

Christelijke mannelijkheid wordt pas gezond wanneer ze niet draait rond macht, dominantie of controle, maar rond liefde, dienstbaarheid en zorgzaamheid.

Dat lijkt mij uiteindelijk een veel sterker christelijk verhaal dan welk ideaal van “echte mannelijkheid” ook.