Inleiding
Sommige christenen in moderne westerse landen lijken terug te verlangen naar een eerder tijdperk waarin de meeste vrouwen uit de middenklasse thuisbleven en zich buiten de arbeidsmarkt hielden.1 Sommigen van hen geloven zelfs dat de Bijbel leert dat de primaire sfeer van de vrouw het thuisgezin is, waar haar voornaamste taak bestaat in de zorg voor haar man en kinderen, en daarbij stilzwijgend aannemen dat alle vrouwen zullen trouwen en kinderen zullen krijgen. Zij geloven ook dat de primaire sfeer van de man het publieke domein is, buiten het huis, waar hij diverse verantwoordelijkheden heeft, waaronder betaald werk.2 De Bijbel spreekt echter slechts één keer over het thuisblijven van vrouwen, namelijk in twee instructies gericht aan jonge, luie vrouwen.3 In dit artikel richt ik mij in het bijzonder op de instructie van Paulus in Titus 2:4–5.
De context van Titus 2:4–5
In zijn brief aan Titus, die tijdelijk op Kreta was gestationeerd, gaf Paulus de oudere vrouwen de volgende opdracht:4
opdat zij de jonge vrouwen bezonnen maken en hen leren manlievend te zijn, kindlievend,bezonnen, eerbaar, arbeidzaam in huis, goedertieren, in staat zich te onderschikken aan de eigen mannen, opdat het woord van God niet belasterd wordt.
Titus 2:4b–5 (NB)Zoals bij elke bijbelse tekst dienen wij ook deze verzen te lezen met het oog op de context van de omliggende passage.5 Titus 2 sluit aan bij Titus 1:10–16, waar Paulus slecht gedrag beschrijft en alludeert op ascetische opvattingen (over reinheid en verontreiniging) die hele huishoudens op Kreta aan het ontwrichten waren. De instructies aan de jonge vrouwen waren, althans gedeeltelijk, een tegenwicht tegen joodse mythen en menselijke regels die ascetisme aanmoedigden (Tit. 1:14–15).6
Uit andere verzen in het Nieuwe Testament en uit vroegchristelijke documenten weten wij dat sommige christenen het huwelijk en de seksualiteit afwezen en geen kinderen kregen (bijv. 1 Kor. 7:1–17; 1 Tim. 2:15; 4:3). Sommige vrouwen bleven ongehuwd of werden onafhankelijk van echtgenoten en familieverbanden. Met een smalle opvatting van vroomheid onttrokken zij zich aan huiselijke verantwoordelijkheden. De woorden van Paulus in Titus 2:4–5 zijn mede een reactie op dit verschijnsel dat de reputatie van de kerk bedreigde.
De kern van Titus 2:4–5
De inhoud van het onderwijs in Titus 2:4–5 is elementair. Al is de leer elementair, zij is tevens belangrijk. Bovendien kan een groot deel ervan op meer mensen van toepassing zijn dan alleen jonge gehuwde vrouwen.
Het is belangrijk voor vrouwen om hun mannen lief te hebben, maar evenzeer voor mannen om hun vrouwen lief te hebben (Ef. 5:25). Het is belangrijk voor vrouwen om hun kinderen lief te hebben, maar evenzeer voor mannen (vgl. Ef. 5:2). Het is belangrijk voor jonge vrouwen bezonnen (sōphrōn) en kuis te zijn, maar evenzeer voor jonge mannen (2 Tim. 2:22). Het is belangrijk voor vrouwen vriendelijk te zijn, maar eigenlijk voor iedereen (Kol. 3:12). En het is belangrijk voor vrouwen onderdanig te zijn: bescheiden, meewerkend, ondersteunend en trouw, jegens hun eigen mannen. Maar evenzeer voor mannen jegens hun vrouwen (1 Petr. 3:7; vgl. Ef. 5:21). (Merk op dat het woord 'gehoorzaam' in de BGT geen nauwkeurige weergave is van hupotassō in Titus 2:5.)
Was het ook van belang dat de jonge gehuwde vrouwen van Kreta ijverig thuis bezig waren? Als het alternatief bestond uit lediggang en luiheid (vgl. Tit. 1:12–13), of uit het ongehuwd leven op kosten van de kerk (vgl. 1 Tim. 5:9–15) beide situaties die het Woord van God in diskrediet konden brengen dan was het inderdaad beter dat zij thuis bezige handen hadden.7
Bezig zijn met huiselijke taken zoals spinnen en weven was de sociaal geaccepteerde bezigheid van respectabele Romeinse matrones in sommige delen van de Grieks-Romeinse wereld.8 In de hedendaagse westerse samenleving hebben jonge vrouwen echter veel meer vrijheid; zij kunnen hun talenten en gaven inzetten om nuttig en productief te zijn, zowel binnen als buiten hun woning, zonder aanstoot te geven. (Zie Matteüs 25:14–30 NBV21.)
Definieert Titus 2:4–5 het vrouw-zijn?
Anders dan sommige christenen suggereren, stelt Titus 2:4–5 niet dat vrouw-zijn gelijk staat aan het zijn van een huisvrouw. De opdracht van Paulus in Titus 2:4–5 was passend voor de jonge gehuwde vrouwen op Kreta in die tijd, maar deze instructies definiëren deze vrouwen niet, noch vrouwen in het algemeen. Geen van de bijbelse auteurs poogt het 'vrouw-zijn' te definiëren. De Bijbel laat ons zien dat sommige vrouwen, zelfs in de oudheid, betrokken waren bij allerlei activiteiten, bedieningen en taken, met Gods zegen.
Nergens geeft het Nieuwe Testament ook maar enige aanwijzing dat jonge meisjes of oudere vrouwen altijd tot het huishouden beperkt moesten zijn of uitsluitend huiselijke taken mochten uitoefenen. Vele bijbelse vrouwen speelden een belangrijke rol voor hun gemeenschap, zonder dat er ook maar gesuggereerd wordt dat zij daarmee iets verkeerds deden.
De instructies van Paulus in Titus 2:4–5 en in 1 Timoteüs 5:14 waren specifiek gericht op jonge vrouwen in de vruchtbare leeftijd en zijn vergelijkbaar met instructies die werden geschreven door heidense auteurs van die tijd.9 De instructies van Paulus weerspiegelen rechtstreeks de culturele waarden van zijn tijd.10 Aangezien zijn woorden betrekking hebben op een groep vrouwen in een cultuur die verschilt van onze eigen cultuur, gelden sommige concepten die Paulus noemt wellicht niet voor alle vrouwen, overal en altijd. Het principe achter zijn instructie blijft echter onverminderd relevant.
Het tijdloze principe in Titus 2
Het principe van Paulus is dat christenen zich niet mogen gedragen op manieren die de samenleving aanstootgevend vindt, of op manieren waarvan de samenleving meent dat zij de sociale harmonie verstoren. Anders dreigen christenen God en de christelijke leer in diskrediet te brengen (Tit. 2:5, 8, 9–10).
De moderne westerse samenleving beweegt zich in de richting van het beschouwen en behandelen van mannen en vrouwen als sociale gelijken.11 Gelijkwaardigheid en wederkerigheid worden door velen als het ideaal beschouwd. De vastgelegde genderrollen die typerend waren voor een bepaalde bevolkingsgroep in voorgaande tijden en generaties worden inmiddels erkend als niet passend of praktisch voor alle mensen en alle huwelijken. Iedere persoon is uniek en ieder huwelijk is uniek. Niet iedereen past, om een voorbeeld te noemen, in het mal van de naoorlogse, blanke, middenklasse genderrollen die sommigen als 'bijbels' beschouwen.
Kerken en christenen in de westerse samenleving die erop staan dat mannen en vrouwen vaste hiërarchische genderrollen volgen, bezorgen de kerk en het Woord van God een slechte naam, precies wat Paulus wilde voorkomen.
Wat sociaal respectabel was in de Kretenzische samenleving in de eerste eeuw verschilt van wat sociaal aanvaard is in de hedendaagse westerse samenleving. Maar zelfs in de eerste eeuw was het voor begaafde en ondernemende vrouwen soms mogelijk sociale normen te overstijgen zonder schande te brengen. Tegenwoordig lijkt het erop dat sommige geledingen van de kerk zichzelf in diskrediet brengen in de hedendaagse samenleving door hun vrouwen te beperken, te beteugelen en te onderwerpen.
Conclusie
De Bijbel maakt nergens de aanspraak dat vrouwen niet zouden mogen werken of invloedrijke rollen buiten het huis zouden mogen vervullen. Het Oude en het Nieuwe Testament laten ons zien dat vele godvrezende vrouwen niet beperkt waren tot het huiselijke domein. Nieuwtestamentische vrouwen zoals Lydia, Priscilla, Phebe en Junia werkten, reisden en vervulden invloedrijke leiderschapsrollen in de bediening. Paulus identificeerde deze vrouwen niet in de eerste plaats aan de hand van hun familierelaties of hun huiselijke situatie. In plaats daarvan worden zij beschreven en gekarakteriseerd aan de hand van hun werk, hun reizen en hun bedieningen.
Ik houd van mijn man en mijn inmiddels volwassen kinderen. Ik hoop dat ik bezonnen en kuis ben, dat ik mijn huishouden goed bestuur, en dat ik mijn man eer betuig zoals hij dat mij bewijst. Het grootste deel van mijn werk, bediening en studie, evenals het gezinsleven, speelt zich in feite thuis af. Maar ik heb ook een leven buiten mijn huis. Titus 2:4–5 definieert mij niet, noch mijn verscheidene en veranderende rollen in het leven. Deze twee verzen zijn niet de volledige som van wat de Bijbel, of zelfs Paulus, over vrouwen zegt.
Thuisvrouw zijn kan een nobele activiteit zijn, en sommige vrouwen voelen zich bijzonder geroepen tot deze rol. Ik wil deze taak op geen enkele manier in diskrediet brengen of verkleinen.
Noten
1 Een deel van het materiaal in dit artikel is afkomstig uit een eerder artikel, Working Women in the New Testament, dat hier te lezen is https://margmowczko.com/new-testament-working-women/.
2 Het idee van het onderscheiden van een huiselijke (of privé) en een publieke sfeer voor vrouwen en mannen vindt zijn oorsprong in de Griekse filosofie, die het Grieks-Romeinse wereldbeeld beïnvloedde, inclusief de Kretenzische samenleving. In de Romeinse tijd echter vervaagde dit onderscheid. Dit is onder meer zichtbaar in de huisgemeenten.
3 De andere verwijzing staat in 1 Timoteüs 5:14. In zijn eerste brief aan Timoteüs, die tijdelijk in Efeze was gestationeerd, schreef Paulus over de jonge 'weduwen': 'Bovendien zullen ze er een gewoonte van maken hun tijd te verdoen door overal op bezoek te gaan; en dat niet alleen, in hun bemoeizucht praten ze ook over dingen die geen pas geven. Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, leiding geven aan het huishouden en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken. Sommigen van hen zijn immers al van het rechte pad afgeweken, Satan achterna.'
(1 Tim. 5:13–14). Deze instructies waren bedoeld om luie jonge alleenstaande vrouwen bezige handen te geven, zodat zij de kerk geen slechte naam zouden bezorgen (vgl. Tit. 2:5, 8, 10). Paulus instrueert de kerk uitsluitend weduwen van boven de zestig in te schrijven als weduwe, een kerkelijk ambt (1 Tim. 5:9). Het Griekse woord dat vertaald wordt als 'weduwen' verwijst niet noodzakelijk naar een vrouw wier echtgenoot is gestorven; het kan ook een vrouw aanduiden die onafhankelijk is van een man.
4 'Oudere vrouwen' of 'vrouwelijke oudsten'? Sommigen stellen dat het Griekse zelfstandige naamwoord presbytidas (van presbytis) in Titus 2:3 vertaald moet worden als 'vrouwelijke oudsten'. Dat kan hier de bedoelde betekenis zijn; de nadruk ligt echter op het contrast tussen oudere en jongere vrouwen, net zoals oudere mannen worden gecontrasteerd met jongere mannen in Titus 2:2 en 2:6. In de eerste eeuw werd gewoonlijk het bijvoeglijk naamwoord presbyteros gebruikt voor 'oudste'; de zelfstandige naamwoorden presbytēs (mannelijk) en presbytis (vrouwelijk) werden destijds zelden gebruikt voor joodse of christelijke oudsten.
5 De samenhangende structuur van Titus: op de vier verzen aan het begin en de vier verzen aan het einde na is de brief aan Titus een van de meest coherente brieven van het Nieuwe Testament. De zinnen en alinea's vloeien voort uit en werken één centraal thema uit: de levenswijze van de christenen op Kreta. De Kretenzers beschreven in Titus 1:10–16 waren 'onbekwaam voor elk goed werk' (pros pan ergon agathon) (Tit. 1:16). Maar Paulus wilde dat zij 'bereid waren voor elk goed werk' (pros pan ergon agathon) (Tit. 3:1). Hij wilde dat de christenen op Kreta zich goed gedroegen, goede werken verrichtten en 'bezonnen, rechtschapen en godvruchtig leefden' (Tit. 3:12 NBV21).
6 De achtergrond van Titus 2:4–5: de situatie op Kreta was dat sommige jonge christelijke vrouwen de gebruikelijke sociale verantwoordelijkheden van jonge vrouwen overboord gooiden, nu zij christen waren geworden. De zorg was dat dit als asociaal gedrag kon worden gezien en de kerk en het Woord van God in diskrediet kon brengen bij niet-christenen. Latere christelijke vrouwen, zoals Hiëronymus' vriendin Paula, verlieten de gebruikelijke rollen van respectabele vrouwen en werden daarvoor geprezen, maar dit was na het Edict van Milaan in 313, toen het christendom een wettige en gevestigde godsdienst was geworden.
7 'Thuisbewaarders'? De United Bible Society Griekse tekst heeft oikourgous, de accusatief meervoud van oikourgos, in Titus 2:5. Oikourgos (met de letter gamma) betekent 'iemand die thuis werkt' (oikos = huis + ergos = werker). Er is echter een tekstuele variant: oikourous (zonder gamma), de accusatief meervoud van oikouros, betekent letterlijk 'thuisbewaarder' (oikos = huis + ouros = bewaarder of bewaker). Dit woord komt voor in Titus 2:5 in latere Griekse handschriften en in edities zoals Stephanus (1550) en de Textus Receptus.
8 De luie jonge vrouwen en jonge weduwen waarnaar Paulus verwijst in Titus 2:5 en 1 Timoteüs 5:14 zouden huishoudelijke slaven hebben gehad voor de alledaagse en zware huishoudelijke taken. In deze verzen spreekt Paulus over het bestieren van het huishouden, waaronder sociaal geaccepteerde bezigheden als spinnen en weven.
9 Oudere vrouwen die jongere vrouwen onderwijzen: zo schreef een oude brief die wordt toegeschreven aan een vrouwelijke filosoof die schuilgaat achter het pseudoniem Theano, dat jongere vrouwen moesten luisteren naar het onderricht van oudere vrouwen. Aangehaald door Annette Bourland Huizenga in haar boek Moral Education for Women in the Pastoral and Pythagorean Letters: Philosophers of the Household (Koninklijke Brill, 2013), 50. Zie ook Sarah B. Pomeroy, Pythagorean Women: Their History and Writings (Johns Hopkins University Press, 2013), hoofdstuk 5.
10 Antieke inscripties van deugdzame vrouwen: identieke en vergelijkbare woorden als die welke Paulus gebruikt in Titus 2:4–5 zijn veelvuldig terug te vinden op grafschriften en andere inscripties die de deugden beschrijven van werkelijke vrouwen in het Romeinse Rijk die geen christenen waren. Er is niets specifiek christelijks aan de deugden die Paulus opsomt in Titus 2 met betrekking tot de jonge echtgenotes van Kreta.
11 Wederkerigheid, gelijkwaardigheid en eenheid tussen mannen en vrouwen, in plaats van een genderhierarchie en een tweedeling, zijn ook de idealen van het Nieuwe Verbond (bijv. Gal. 3:28). Hiërarchisch complementarianisme en patriarchaat verdelen de kerk.
Copyright
© Margaret Mowczko 2013. Oorspronkelijk gepubliceerd op margmowczko.com. Nederlandse vertaling met toestemming gepubliceerd op Bijbelse Gelijkheid.