Eerstgeboorterecht en patriarchaat
Gisteren was ik in gesprek met een jongeman, en tijdens ons gesprek stelde hij dat hij gelooft dat de Bijbel "een zacht patriarchaat op aarde" leert.
Een van de redenen waarom hij in dit "zachte patriarchaat" gelooft, is dat hij het eerstgeboorterecht beschouwt als onderdeel van Gods patroon voor de samenleving, waarbij Adams schepping voor Eva een belangrijk voorbeeld van dit patroon vormt.
Volgens het woordenboek kan "eerstgeboorterecht" (primogeniture) twee betekenissen hebben. Het kan eenvoudigweg betekenen: 1. "de staat van het eerstgeborene zijn onder de kinderen van dezelfde ouders," met uiteenlopende implicaties, of het kan betekenen: 2. "een exclusief erfrecht dat toebehoort aan de oudste zoon." Met de eerste definitie in gedachten zouden Adam en Eva kunnen worden begrepen als kinderen van dezelfde ouder, God dus waarbij Adam de eerstgeborene is (Luc. 3:38; vgl. 1 Kor. 11:12).
Genesis 2 en 1 Timotheüs 2:13 (dat een samenvatting is van Genesis 2) vertellen ons dat Adam (of ha'adam) als eerste werd geschapen en Eva als tweede. Maar geven deze Schriftplaatsen aan dat deze volgorde betekenisvol is en deel uitmaakt van Gods ontwerp voor relaties? Wijzen ze op een blijvend patroon van eerstgeboorterecht, of op de prioriteit van de man boven de vrouw? Verplichten deze Schriftplaatsen op een of andere manier tot een exclusief mannelijk gezag of een zacht patriarchaat? Wijzen ze op "een exclusief erfrecht" voor Adam dat Eva uitsloot?
5 Redenen waarom het eerstgeboorterecht-argument niet werkt
Het eerstgeboorterecht in Genesis koppelen aan patriarchaat onder christenen is een aanpak die met tal van problemen kampt. Hieronder volgen vijf redenen waarom dit niet werkt.
Na de ingreep beschreven in Genesis 2:21-22 was de eerste (mens)man in Eden anders dan toen hij aanvankelijk door God was geschapen. Een deel, of zijde, was uit zijn lichaam weggenomen. Een deel van hem ontbrak nu en was een integraal onderdeel van de vrouw geworden. Door deze overdracht van een belangrijk lichaamsdeel van Adam (of ha'adam) naar Eva wordt het idee van "man eerst, vrouw tweede" minder eenduidig en doorslaggevend.
Eerstgeboorterecht heeft betrekking op geboorterangorde, maar noch Adam noch Eva werden geboren, beiden werden door God gemaakt. Er is geen Bijbelvers dat stelt dat Adam "eerstgeborene" was. En Eva werd niet geschapen als Adams jongere zuster, maar als een gelijkwaardige en compatibele partner.
Het gebruik van het eerstgeboorterecht was onderdeel van vele oude samenlevingen, waaronder de Israëlitische, maar het betrof uitsluitend zonen, niet dochters, en dus niet vrouwen. Bovendien, als we het principe van het eerstgeboorterecht steeds betekenisvol en relevant beschouwen, en als we het willen toepassen op kerkelijk leiderschap vandaag, dan zou men kunnen betogen dat alleen eerstgeboren zonen leiders kunnen zijn. Het eerstgeboorterecht zou jongere zonen, evenals vrouwen onverkiesbaar maken.
Het gebruik van het eerstgeboorterecht werd niet gevolgd door veel prominente bijbelse families.
Cynthia Westfall schrijft over dit vierde punt:
Door het gehele Genesisnarratief is het vanaf het begin duidelijk dat degene die als eerste werd geboren of kwam, niet noodzakelijkerwijs gezag had. Het eerstgeboorterecht onder broers werd voortdurend doorkruist, zodat Genesis niet kan worden gebruikt als argument voor mannelijk gezag op basis van het feit dat Adam als eerste werd gevormd. Kaïn werd als eerste geboren, maar Abel ontving Gods gunst. Esau werd als eerste geboren, maar God koos Jakob. Ruben werd als eerste geboren, maar de lijn van Christus liep via Juda, en Jozef redde de familie en nam gezag over hen aan. Manasse was Jozefs eerstgeborene, maar Jakob legde zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm om aan te geven dat hij groter zou worden.
Ook andere boeken van het Oude Testament tonen aan dat God jongere broers bedeelde met meer gezag dan hun oudere broers. Mozes had meer gezag dan zijn oudere broer Aäron; David was de jongste zoon van Isaï, maar werd door God uitgekozen om koning van Israël te zijn; Salomo werd Davids opvolger, hoewel hij niet Davids eerstgeboren zoon was.
Het gebruik van het eerstgeboorterecht werd niet nauwgezet of universeel gevolgd door de Israëlieten. Nog belangrijker: God zette het gebruik in een aantal cruciale gevallen terzijde. En in Exodus 4:22 spreekt God metaforisch over het gehele volk Israël, dus niet alleen over de mannen, als zijn eerstgeboren zoon.
Het concept van eerstgeboorterecht heeft geen plaats onder Jezus-volgelingen in de Nieuwe Schepping. Jezus leerde immers dat in zijn koninkrijk "de laatsten de eersten zullen zijn en de eersten de laatsten" (Matt. 20:16). Hij leerde ook andere, vergelijkbare cultuurkritische en gelijkwaardige principes.
Eerstgeboorterecht en Jezus
In Gods koninkrijk, waarvan wij deel uitmaken, is de enige persoon die aanspraak kan maken op het eerstgeboorterecht Jezus zelf. Westfall wijst erop dat "Jezus de eerstgeborene is van ons allen" die in Christus zijn (Rom. 8:29; Kol. 1:15, 18), en dat deze waarheid "de onderlinge verhoudingen onder zijn volgelingen relativeert." Met andere woorden: er is gelijkheid onder Jezus' volgelingen, terwijl wij, ongeacht geslacht, worden gevormd naar het beeld van onze oudere broer.
Eerstgeboorterecht is geen beginsel dat God in de samenleving heeft ingesteld of dat Jezus heeft goedgekeurd. Bovendien heeft Paulus het idee ontkracht dat mannen een bijzondere positie of een bijzonder voorrecht zouden hebben, enkel omdat Adam als eerste werd geschapen. In 1 Korintiërs 11:12 leerde Paulus dat hoewel de eerste vrouw uit de eerste man voortkwam, elke andere man uit een vrouw is geboren. Hij voegde daar verder aan toe: "Maar alles komt van God." Zowel mannen als vrouwen hebben God uiteindelijk als hun oorsprong.
Er is geen genderhiërarchie voor ons die in de Heer zijn, maar wederzijdse afhankelijkheid tussen de seksen.
In ieder geval staat bij wie één zijn met de Heer, de vrouw niet los van de man en de man niet los van de vrouw. Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen, zo bestaat de man door de vrouw en alles is ontstaan uit God.
1 Kor. 11:11-12, NBV21Mannen hebben geen groter gezag, en ook geen beter erfdeel dan hun zusters. Integendeel, wij zullen allen delen in een wonderbaar erfdeel (Ef. 1:21-22). Christelijke mannen en vrouwen zijn mede-erfgenamen, zonder ook maar de geringste notie van eerstgeboorterecht. Wij zijn mede-erfgenamen met onze oudere broer Jezus (Rom. 8:16-17)!
De wonderbare theologische waarheden van het Nieuwe Verbond en onze nieuwe schepping in Christus hebben een directe betekenis voor onze huidige relaties binnen de gemeenschap van Jezus-volgelingen. In deze gemeenschap, de kerk is er geen plaats voor een genderhiërarchie of patriarchaat in welke vorm dan ook.
Adam wordt in de Bijbel nergens "eerstgeborene" genoemd, maar Jezus wel (Rom. 8:29; Kol. 1:15, 18; Hebr. 1:6).
Voetnoten
- Het Hebreeuwse woord tsela, dat in Genesis 2 traditioneel als "rib" wordt vertaald, betekent doorgaans "zijde." John H. Walton legt uit dat we, door te kijken naar het gebruik van het woord tsela elders in de Hebreeuwse Bijbel, "tot de conclusie zouden moeten komen dat God een van Adams zijden nam, wat waarschijnlijk betekent dat hij Adam middendoor sneed en uit één zijde de vrouw bouwde." Walton, The Lost World of Adam and Eve (InterVarsity Press, 2015), 78.
-
Over het onderwerp Adam en Eva en het eerstgeboorterecht schrijft Nijay K. Gupta:
Adam wordt niet geboren, en Eva evenmin. Ieder wordt op een unieke wijze door God gevormd. En Eva wordt niet geformeerd als een soort jongere zuster, om door Adam begeleid en ingewijd te worden. Ze wordt geschapen als zijn gelijke, om samen met hem voor de wereld te zorgen.
Gupta, Tell Her Story: How Women Led, Taught, and Ministered in the Early Church (IVP Academic, 2023), 25. - Cynthia Long Westfall, Paul and Gender: Reclaiming the Apostle's Vision for Men and Women in Christ (Baker Academic, 2016), 78. Westfall citeert Richard Hess in een voetnoot: "De norm onder de aartsvaders is niet het eerstgeboorterecht, maar Gods zegen op de tweede of derde geborene." Hess, "Equality with and without Innocence: Genesis 1-3," in Discovering Biblical Equality: Complementarity without Hierarchy, red. Ronald Pierce en Rebecca Merrill Groothuis (Intervarsity, 2004), 84.
- Jezus noemt nooit iets als een scheppingsvolgorde van man eerst, vrouw tweede. In de Evangeliën citeert hij uit Genesis 1, waar het verhaal aangeeft dat mannen en vrouwen tegelijkertijd werden geschapen. In Matteüs 19:4 vraagt Jezus de Farizeeën bijvoorbeeld: "Hebt u niet gelezen dat de Schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?" Jezus citeert ook uit Genesis 2: "Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één vlees zijn." Jezus onderwees over eenheid (dat wil zeggen: één-zijn) in het huwelijk; hij onderwees niet dat er mannelijk gezag of een genderhiërarchie in het huwelijk is of zou moeten zijn (Matt. 19:5-6).
- Vraag en antwoord 34 van de Westminster Shorter Catechism stelt dat wij door de aanneming tot kinderen "recht hebben op alle voorrechten van de zonen van God." Hier wordt geen onderscheid naar geslacht gemaakt.
© Margaret Mowczko 2017